




Sfeerverslag derde bijeenkomst Jeugdpoort op 15 januari 2008
Vijf blinden en een olifant
Door Wouter Boonstra
Samenwerking stond centraal tijdens de derde bijeenkomst van Jeugdpoort in een wederom goedbezocht Nieuwspoort. Samenwerking over grenzen heen en het liefst in de school zelf, zodat hulpverleners problemen van jongeren in een zo vroeg mogelijk stadium kunnen ontdekken en zo snel mogelijk kunnen behandelen. Maar het is ook weer niet de bedoeling dat de school de opvoeding van de ouders overneemt.
Ter inleiding mag historicus Thomas von der Dunk zijn ongezouten mening geven over het moderne ouderschap. "Ouders willen graag dat de school alles voor hen doet, tot aan het paren en baren toe." Von der Dunk ziet gelijkenis met de oude sovjetstaat. "De Totale School als antwoord op alles, van uitgedroogde baby's tot dronken studenten. De vraag is: doen wij nog wel iets zelf?" De historicus ziet dat alles en iedereen tegenwoordig een certificaat moet hebben, behalve ouders. Oorzaak van de teloorgang van het ouderschap is volgens hem dat mensen te veel aan zelfontplooiing doen en dus minder tijd hebben voor hun kinderen. "Tegelijkertijd zijn onze kinderen uniek en mogen wij de kinderziel niet krenken. De leraar krijgt per kind een gebruiksaanwijzing." Ook geld wordt steeds belangrijker, wat ten koste gaat van de kinderen. "Kinderen worden materialistisch verwend en geestelijk tekortgedaan. Men kiest voor de makkelijke weg, opvoeden zoals grootouders: alles mag. Disciplineren leren ze maar op school en de hulpverlener mag ze knuffelen. De Totale School is de redding en de ondergang van het ouderschap."
Gespreksleider Caspar Becx stelt de vraag hoe verschillende partijen in de jeugdsector moeten samenwerken om concrete plannen, in het bijzonder rond de scholen, uit te kunnen voeren. Marja van Bijsterveldt, staatssecretaris van OCW, mag het spits afbijten. Zij vraagt zich af hoe te reageren op het bericht dat drugsgebruik onder jongeren schrikbarend toeneemt. Volgens de staatssecretaris kun je daar op verschillende manieren naar kijken of gewoon de handen uit de mouwen steken. Het opzetten van een drugspoli in een school in Dordrecht, zoals Sjef Czyzewski van Bouman GGZ onlangs deed, spreekt haar aan. "Dat zijn oplossingen waar jongeren bij gebaat zijn." Van Bijsterveldt weet dat de samenleving het kind de afgelopen jaren uit het oog heeft verloren. "Het is als met de olifant en de vijf blinden: vijf meningen, maar niemand weet hoe de olifant eruitziet." Oftewel, iedereen kijkt vanuit zijn eigen professie, terwijl het gaat om één kind met diverse problemen. "Voor een totaalbeeld moeten partijen samenwerken over grenzen heen."
Een goed voorbeeld daarvan is het Willem I College in Den Bosch, waar zorgleerlingen
individuele begeleiding krijgen. "We moeten zorg naar jongeren toe te brengen. Ik
ben ervan overtuigd dat samenwerking beter kan." Van Bijsterveldt poneert drie stellingen.
Ten eerste vindt ze dat de school een vind-
Samenwerken over grenzen heen is geen keuze, maar een plicht, luidt haar tweede stelling. Een van de partijen moet eindverantwoordelijke zijn en zorgen voor hulp. Lukt dat niet, dan moet de gemeente een stok achter de deur hebben. "Scholen worden vanaf 2011 wettelijk verplicht voor elke jongere een passend onderwijsprogramma te maken."
Haar derde stelling is: privacy is goed, maar snelle, integrale hulp is beter. Vaak ontstaan problemen in de samenwerking door het niet tijdig op de hoogte brengen van andere instellingen. Er bestaan teveel verschillende systemen of niet iedereen heeft toegang tot dezelfde informatie. "Dat kan bijvoorbeeld beter door verzuim te registreren bij een loket van de IBG die vervolgens de RMC en het Bureau Leerplicht informeert."
Voor Hennah Buyne, Amsterdamse wethouder van (onder meer) Jeugd, Werk en Inkomen, kwam de uitnodiging van Jeugdpoort op een goed moment. "Aan het eind van het jaar maken wij de maatschappelijke balans op. Het is het moment om gedeelde verantwoordelijkheid vorm te geven." De balans van Buyne bestaat uit slecht en goed nieuws. De problemen van de jeugd zijn slecht nieuws. "We moeten ons ernstig beraden over stappen in het onderwijs. Als we nu niet daadkrachtig optreden, is de maatschappelijke ondergang van de probleemjeugd aanstaande." Goed nieuws is dat de sector nu zaken kan doen door samen te werken.
In Amsterdam wonen 155.000 mensen tussen de 0 en 20 jaar met ongeveer 170 nationaliteiten. Door hardnekkige problemen is Amsterdam proeftuin geworden. De slogan is: kinderen eerst. De proeftuin is niet willekeurig, want er is toch turbulentie en problematiek. "We gaan niet meteen kijken naar de verzuimregistratie."
In Amsterdam West is nu een partnership opgezet waarbij 8 coaches 150 jongeren begeleiden. "In dit arrangement vindt grensoverschrijdend verkeer plaats. Je moet je nek durven uitsteken en tijdig draagvlak zoeken. Alle overgeslagen groepen worden meteen in een pilot gezet. Pas dan kun je iets neerzetten." Opvoeden leeft, merkt Buyne. Stadsgesprekken met Marokkaanse ouders in Bos en Lommer waren binnen een week geregeld. "Soms moet je erop af om je denkbeelden te toetsen." In Amsterdam Zuidoost hoort Buyne zelfs dat ze te slap is. Ze zou opvoedcursussen moeten verplichten. "Ik wil daarop inspelen. Wij gaan daar helpen." Het idee dat zorg naar jongeren toe moet, ondersteunt Buyne van harte. "In de pilot '100 % aanval op uitval' kijken we in de klas. Dat gaat heel goed. We gaan er adequaat op af." Buyne wil niet meteen in bevoegdheidsdiscussies treden. "Er is nu een stap gemaakt in schooluitval: die was dramatisch en is nu verbeterd." De kwaliteit van het onderwijs is belangrijk, maar er is nog gebrek aan doorzettingsmacht. "Er moet een samenwerking komen op het gebied van zorg, preventie en onderwijs en een versterking van de lokale regie. Amsterdam moet de mouwen opstropen voor kwaliteitsverbetering."
Van Bijsterveldt wil van de aanwezigen weten waar die doorzettingsmacht dan moet liggen. Attie de Graaf, bestuursvoorzitter van Tjallinga Hiem, een orthopedagogisch centrum voor jongeren met ernstige gedragsproblemen en licht verstandelijk gehandicapten, heeft ervaren dat samenwerking kansen creëert. "Partijen kunnen over hun irritaties heenstappen door te focussen op de inhoud." Ze doelt op het project Doen, een samenwerkingsverband tussen verschillende instellingen in de drie noordelijke provincies, inclusief het speciaal onderwijs. De Graaf: "Arbeid en school zijn de rode draad in het project. Het levert verkorting van de behandeltijd op en is door de samenwerking effectiever en goedkoper."
Hans du Prie, directeur van jeugdzorginstelling Horizon, vindt dat de staatssecretaris meer lef moet tonen en regie moet nemen. Hij spreekt van goede samenwerking in hun project voor kinderen met een ernstige gedragsstoornis. "Het gaat meer om het bereidwillig maken van de ouders. We moeten een systeem vormen." Volgens Du Prie ligt de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding nog altijd bij de ouders. "Maar zij moeten het ook toegeven als zij het niet kunnen, want pas dan kun je het aanpakken." Du Prie wijst erop dat jongeren geweldig scoren op onderwijsresultaten. "Maar we moeten niet de indruk wekken dat de opvoeding door de school moet gebeuren." Ook Buyne is ervan overtuigd dat ouders moeten opvoeden. "Maar we moeten ook erkennen dat ouders langdurig onmachtig zijn. De opvoedcursussen in de Bijlmer zitten vol. Het valt niet mee om kinderen een goede start te geven. Het is geen onwil, maar onmacht."
Volgens Sjef Czyzewski van Bouman GGZ lukt het project in Dordrecht, omdat de GGZ het wil en ze er welkom zijn. "We hebben de leraren overtuigd, maar daar moesten we wel heel wat heilige huisjes voor omvertrappen. Mensen zijn bang voor de term 'behandelen'. Verder stelt elke financier weer andere prioriteiten. Juist daar is een doorzettingsmacht nodig."
Ella Kalsbeek, bestuurder van Stichting Altra, noemt die verantwoordingseisen 'krankzinnig'. Hierop volgt brede instemming in de zaal. "Daar is een oplossing voor: als achteraf blijkt dat we het fout hebben gedaan, betalen we terug." Ze windt zich op over het wantrouwen van financiers. "Alsof wij onze zakken vullen, in plaats van de kinderen te helpen." Ze noemt het succesvolle project Switch voor problematische schoolwisselaars. Bureau Jeugdzorg geeft nu alleen geld als er geïndiceerd is. "Zo niet, dan moeten we terugbetalen!"
Wiel Janssen, bestuursvoorzitter van Bureau Jeugdzorg Amsterdam, wil liever zelf de boel opruimen. "We hebben allerlei instellingen in het circuit die zich bezighouden met kindermishandeling. Nu komen we tegelijkertijd in actie en is de wachtduur teruggelopen van 8 naar 2 maanden. Bij een indicatie verwijst een huisarts naar een integraal centrum en beslissen we binnen 20 minuten of iemand naar de GGZ moet."
Janssen pleit ervoor de familie centraal te zetten. Hij geeft een voorbeeld van een roofoverval op een fietser. "De familie van de dader durfde het leiderschap niet te nemen. Er is een gebrek aan leiders en duidelijkheid. We moeten die families ingaan. Anders komt de overvaller terug van 't Poortje en steekt vervolgens zijn broertje aan." Janssen vindt ook dat Van Bijsterveldt een uitspraak moet doen over de regie. "Uiteindelijk heeft de gezinsvoogd de doorzettingsmacht, maar dit is nog niet geregeld."
Von der Dunk wil nog even inhaken op de opmerking van Kalsbeek. Hij weet dat in alle sectoren in Nederland regeldruk en verantwoordingsplicht voorkomen. Daarbij spelen twee factoren een rol. "Ten eerste wordt alles uit angst voor willekeur in regels gepast. Het moet overal hetzelfde zijn. Ten tweede willen we altijd voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Het moet allemaal zo efficiënt mogelijk en we moeten alles verantwoorden." Von der Dunk merkt op dat goede dingen nu eenmaal geld kosten. "Maar kwaliteitscontrole wordt nu kwantiteitscontrole: men gaat tellen. Het Utrechtse politiekorps had haar quotum voor geweldsmisdrijven niet gehaald. Er waren te weinig geweldsmisdrijven en daarom kreeg het korps strafkorting!"
Van Bijsterveldt stelt tenslotte vast dat lokaal leiderschap tonen werkt en dat organisaties de ruimte moeten krijgen. "We moeten het met elkaar oplossen." Hennah Buyne bemerkt onder de aanwezigen een grote bereidheid tot samenwerking. "Laat je niet dus ontmoedigen door administratieve rimram. De essentie is het belang van jongeren. Dat moeten we meer handen en voeten geven."
Bijeenkomst 15 januari 2008
Vijf blinden en een olifant -
Op naar de totale school -











