Agenda
Verslagen
Over Jeugdpoort
Persinformatie
Contact en colofon
naar de homepage van Jeugdpoort

Brancheorganisaties  positief over stelselwijziging

Door Wouter Boonstra

Opvallend positief zijn de vertegenwoordigers van de brancheorganisaties over de geplande stelselwijziging in de jeugdzorg. Zorgen zijn er ook. De twee verantwoordelijke staatssecretarissen hielden zich redelijk op de vlakte.
De laatste Jeugdpoort was alweer bijna een jaar geleden. Huiscolumnist Thomas von der Dunk wijt dat lange interval aan de politieke verschuivingen en de stelselwijziging. De boodschap is met minder mensen meer doen: efficiëntie. ‘En dan zijn op de eerste Jeugdpoort maar liefst twee staatssecretarissen, terwijl ze zo schaars zijn!’ Von der Dunk is niet hoopvol over de stelselwijziging naar decentralisatie. ‘Ik zeg: niet doen!’

Fred Teeven en Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner begeven zich in het interview met gespreksleider Max van Weezel niet op glad ijs. Teeven noemt zijn rol bescheiden. ‘Marlies heeft 80 tot 85 procent in haar portefeuille.’ Veldhuijzen van Zanten weet dat gemeenten enthousiast zijn over de stelselwijziging. Kleine gemeenten zullen hun krachten wel moeten bundelen. ‘Jeugdzorg dichtbij de mensen is het beste met de gemeente als poortwachter.’ Ze vertrouwt erop dat gemeenten de juiste kanalen zullen vinden. ‘Ze moeten aan randvoorwaarden voldoen. Als dat na een jaar niet zo is, geven we ze een duwtje.’ Teeven geeft ze misschien wel langer dan een jaar. ‘Ze moeten aan minimumeisen van kwaliteit voldoen. In de transitieovereenkomst is de kwaliteit van gedwongen jeugdzorg al vastgelegd.’ Teeven vindt de balans tussen zorg en straf belangrijk. ‘Soms is repressie nodig.’
Veldhuijzen van Zanten zet in op vroegdiagnostiek. ‘We moeten zorgen dat zware gevallen niet ontstaan.’ Bij “die paar moeilijke gevallen” is bundeling van expertise noodzakelijk. ‘Ze worden niet de pineut. We moeten vroeg, laagdrempelig ingrijpen en stoppen als het niet meer nodig is. Voorzieningen voor zware groepen moeten blijven.’ Van Weezel vraagt of een schot tussen gedwongen en vrijwillige jeugdzorg verstandig is. Volgens Teeven brengt decentraliseren alles bij elkaar. Hij vindt de jeugdzorg een verrassend veld. ‘Ik heb al stappen genomen, waar ik beter had moeten luisteren naar GGZ Nederland. Maar ik leer nog. Misschien is er toch plaats voor landelijke instellingen.’ 300 miljoen bezuinigingen is volgens Veldhuijzen van Zanten goed haalbaar. ‘Dat komt ook door de bulk. Straks hebben we goedkopere zorg in een vroeg stadium.’

De zes branchevertegenwoordigers en twee wethouders zijn opvallend positief over de kabinetsplannen, al ventileren ze ook zorgen. Bestuurslid Monique Kavelaars van GGD Nederland vindt het niet gek dat veel verwezen wordt naar te zware vormen. ‘We willen zoveel mogelijk leed voorkomen, maar voor financiers ontbraken prikkels. Bij gemeenten is dat nu in één hand.’ Haar zorgen liggen in te weinig investeringen in preventie. ‘We moeten investeren in evidence-based interventies. Vraag moet bepalend zijn voor inkoop. Professionals moeten ruimte krijgen om verantwoordelijkheid te nemen.’
Vice-voorzitter Johan Brongers van de MOgroep vindt teveel hulpverleners per gezin ineffectief. ‘Eén gezin, één plan en één behandelwijze.’ De jeugdzorg is de afgelopen tien jaar met 10 procent gegroeid, terwijl de eerstelijn kromp met 2 procent. ‘Nederland is verslaafd aan specialisten. Dat moeten we ombouwen en op het juiste moment opschalen.’ In een geïntegreerde jeugdgezondheidszorg moeten we weten hoe het zit in een gezin. ‘Het gaat om eigen verantwoordelijkheid en dat mensen die hen kennen er op tijd bij zijn.’ Zorgen heeft Bongers over de borging of men er in de eerstelijn snel bij is en of de transitie naar gemeenten wel kan.’
Hans Kamps, voorzitter Jeugdzorg Nederland, is redelijk positief over deze plannen in het regeerakkoord. ‘Het integrale karakter wordt beklemtoond. Behoud dat!’ Wel vindt hij dat gedwongen en vrijwillige jeugdzorg bij elkaar horen. Hij wil één financieel kader bij één stelsel. ‘Dat heeft grote voordelen voor gemeenten, vooral bij preventie. Dat heb ik nog niet gezien.’ Als niet alle schotten verdwijnen, hoeft de wijziging voor hem niet. ‘Hou het dan landelijk.’ Hij vertrouwt er wel op dat het kabinet tot één financieel kader komt.
Voorzitter Marleen Barth van GGZ Nederland staat achter meer aandacht voor en samenwerking in preventie. ‘Het is heel moeilijk jeugdpsychiaters te vinden, maar we zetten er toch op in.’ Zorgen heeft ze over nieuwe schotten in de GGZ. ‘We werken samen met de somatische zorg, maar onze zorg gaat uit de zorgverzekeringswet.’ GGZ Nederland wil het onderscheid tussen jeugd- en volwassenen-ggz slechten, maar zit met dat financieel schot. Dat heeft consequenties. ‘We vragen veel aandacht voor nieuwe problemen en hebben initiatief genomen voor betere samenwerking met de huidige regelgeving. Wij hebben intensief contact met zorgverzekeraars. Zij moeten qua inkoop meer samenwerken met provincies en gemeenten.’
Willem de Gooyer, voorzitter van de Adviescommissie Jeugd van de VGN, ziet hetzelfde probleem als Barth: een onderscheid tussen jeugd- en volwassenenzorg dreigt ook voor verstandelijk gehandicapten. ‘Het is moeilijk multifunctionele centra in de lucht te houden, terwijl ze wel goed scoren.’ Samenwerking met onderwijs is een investering in jeugd die zich terugbetaalt. De Gooyer wil dat de rechten voor toegang tot voorzieningen voor mensen met een beperking worden vastgelegd. ‘En als je het gezelschapsspel “stelselherziening” speelt, moet je wel kennis behouden.’

ActiZ-bestuurslid Irma Harmelink is positief over de stelselwijziging, maar benadrukt dat er een basis voor vertrouwen moet zijn voor ouders. ‘Vertrouwen heb je in mensen, niet in instituten. Je moet tijd hebben om die contacten te laten groeien, tijd voor dialoog en opbouw van vertrouwen. Bij problemen kun je dan kracht toevoegen voor zelfredzaamheid.’

Volgens de Zwolse wethouder Eric Dannenberg, voorzitter van de VNG-commissie Transitie Jeugdzorg, kunnen gemeenten niet alles zelf. ‘Ze moeten het bovenregionaal aanpakken.’ Tegen de taak specialistische hulp ziet hij niet op. ‘We zijn gewend nieuwe taken te krijgen, maar hebben wel tijd nodig en willen duidelijkheid over budget en beleidsvrijheid.’ Corrie Noom, wethouder van Zaandam en voorzitter van de G32, gaat voor opvoedkracht van ouders en ondersteuning van professionals. ‘Gezinnen hebben meer problemen, schuldhulpverlening, woning, werk. Je moet de hele context van een gezin bekijken.’ Regisseren betekent, volgens Noom, een andere rol voor ambtenaren, maar bijvoorbeeld ook voor de peuterleidster. ‘Het gaat om opvoedkracht in de nabije omgeving en hoe je dat goed organiseert. Denken uit deskundigheid.’ Bongers beaamt dat. ‘Begin bij wat ouders zelf kunnen.’ Volgens De Gooyer gebeurt al veel dichtbij huis. ‘Wij zijn actief in buurten en verankerd in de eerstelijn.’ Barth wijst erop dat in de jeugd-ggz een gezinsbehandeling niet los is te zien. ‘Het is nu preventie versus curatieve zorg. Waarom doen we curatieve zorg ook niet onder de gemeentelijke bekostiging? Dan zit alles eronder.’ Vanuit de zaal benadrukt Yvonne van Westering van het Nederlands Jeugdinstituut het onderwijs. ‘We moeten ook scholen meenemen.’ Noom maakt zich daarop zorgen over de effecten op lokaal niveau van bezuinigingen op passend onderwijs, jeugdzorg, AWBZ en de bijstand.

 

Van Weezel vraagt aan de staatssecretarissen hoe zij nieuwe schotten willen voorkomen? Veldhuijzen van Zanten ziet vooral ontschotting. ‘In een stelselwijziging is altijd een kleine groep met multiproblemen.’ Ze wil met GGZ Nederland het specifieke aanbod voor zware gevallen bestuderen. Teeven deelt de zorgen van de jeugdreclassering. ‘We moeten waakzaam zijn dat de scheiding tussen 18- en 18+ niet harder wordt. Ik wil geen terugval in kwaliteit.’ Raken specialisten niet gedemotiveerd door andere taken? Volgens Veldhuijzen van Zanten werkt zorg beter voor het kind. ‘Het is troostend voor ouders als er een medisch etiket op het probleem van hun kind zit. Maar dat is vaak niet nodig.’ De laatste vraag is of alles wel integraal moet. Volgens Teeven is de transitie van het gedwongen kader niet meteen aan de orde. ‘Niet voor eind 2012. Dat is belangrijk voor de kwaliteit.’ Veldhuijzen van Zanten merkt enorm draagvlak voor het vrijwillig kader. ‘We zijn regelmatig in gesprek met de vier verantwoordelijke ministers. Het is een getrapt systeem.’ Teeven verwacht de afronding van de transitie in 2015 of 2016. Veldhuijzen van Zanten sluit af: ‘We moeten niet meer vragen om een pleister en een ambulance krijgen, maar ook niet andersom.’

 

Verslag Jeugdpoort 28 maart 2011

NAAR UITGEBREID FOTOVERSLAG          >>

NAAR COLUMN THOMAS VON DER DUNK >>